Meetkunde Oefenen
Leer oppervlakte, inhoud, omtrek en hoeken berekenen. Met duidelijke uitleg en oefeningen!
2D Vormen - Oppervlakte & Omtrek
Rechthoek
Oppervlakte: l × b
Omtrek: 2l + 2b
Vierkant
Oppervlakte: z × z = z²
Omtrek: 4 × z
Driehoek
Oppervlakte: ½ × b × h
Omtrek: a + b + c
Cirkel
Oppervlakte: π × r²
Omtrek: 2 × π × r
Parallellogram
Oppervlakte: b × h
Omtrek: 2a + 2b
Trapezium
Oppervlakte: ½(a+b) × h
Omtrek: a + b + c + d
3D Vormen - Inhoud & Oppervlakte
Kubus
Inhoud: z × z × z = z³
Oppervlakte: 6 × z²
Balk
Inhoud: l × b × h
Oppervlakte: 2(lb + lh + bh)
Cilinder
Inhoud: π × r² × h
Oppervlakte: 2πr² + 2πrh
Bol
Inhoud: ⁴⁄₃ × π × r³
Oppervlakte: 4 × π × r²
Piramide
Inhoud: ⅓ × grondvlak × h
Kegel
Inhoud: ⅓ × π × r² × h
Stap-voor-stap: Oppervlakte berekenen
Voorbeeld: Een rechthoek is 8 cm lang en 5 cm breed. Wat is de oppervlakte?
Schrijf de formule op
Oppervlakte rechthoek = lengte × breedte
Vul de waarden in
Oppervlakte = 8 × 5
Bereken en noteer de eenheid
Oppervlakte = 40 cm²
Antwoord: De oppervlakte is 40 cm²
Oefenen
Maak meetkunde werkbladen
Genereer gepersonaliseerde oefeningen voor meetkunde. Download direct als PDF.
€1 per werkblad • Direct downloaden
Veelgestelde vragen
Hoe bereken je oppervlakte?
Oppervlakte van een rechthoek = lengte × breedte. Oppervlakte van een driehoek = ½ × basis × hoogte. Oppervlakte van een cirkel = π × straal².
Hoe bereken je inhoud?
Inhoud van een kubus = zijde³. Inhoud van een balk = lengte × breedte × hoogte. Inhoud van een cilinder = π × straal² × hoogte.
Wat is het verschil tussen oppervlakte en inhoud?
Oppervlakte is de grootte van een plat vlak (2D, gemeten in cm²). Inhoud is de ruimte die een 3D-vorm inneemt (gemeten in cm³ of liter).